maandag 14 november 2011

patchworkbreien

De expositie van Noordnet loopt. Het is een mooie expositie geworden met zeer verschillende soorten werkstukken. De moeite waard om te gaan kijken.
De laatste tijd heb ik het patchworkbreien weer opgepakt. Tien jaar geleden zag ik voor het eerst het werk van Horst Schulz en vond ik zijn manier van breien erg inspirerend. Voor Simone heb ik toen een vestje gebreid met allerlei soorten garens. De vorige zomer heb ik deze techniek weer bestudeerd, nu aan de hand van Ravelry en het boekje 'domino knitting' van Vivian Hoxbro. 
Vanuit de commissie Handwerken en Textiele Werkvormen heeft Hendrikje een cursus gevolgd  en boden wij deze techniek aan als workshop. Er waren maar liefst 36 aanmeldingen. Dit is te veel voor een cursusleider, dus heb ik Hendrikje geassisteerd. Een leuk moment om deze breitechniek weer op te pakken. Aangezien ik graag een aantal mooie voorbeelden wilde laten zien ben ik hard aan het breien gegaan.
Onderstaand voorbeeld brei ik met een zogenaamde 'magic bol'. Een bol garen samengesteld uit allerlei verschillende garens. Bij deze techniek komt dat mooi uit. Dit wordt een vest. Ik zal trachten het maakproces enigszins vast te leggen.
Een ander patroon dat ik uitgewerkt heb is een vierkante lap , die je als voorkant van een kussen kunt gebruiken:


Patchworkbreien van een rechte lap waarbij de blokken in dezelfde richting lopen.
(de stippellijn is de lijn waarop geminderd wordt)

Voor alle vierkante blokken geldt:
  • Alle blokken hebben een oneven aantal steken
  • Kantsteken: haal de eerste steek recht af en brei de laatste steek averechts.
  • Brei de middelste steek aan de verkeerde kant altijd averechts.
  • Dubbele mindering: (altijd aan de goede kant van het werk) brei in het gewenste stekenpatroon tot 1 steek voor het midden. Haal 2 steken recht af alsof je ze recht samen wilt breien. Brei de volgende steek recht en haal de 2 afgehaalde steken tegelijk over deze steek.

Blok 1:
Zet een oneven aantal steken op (b.v. 41).
pen 1: (verkeerde kant van het werk) brei de steken zoals gewenst maar brei de middelste steek averechts. Denk om de kantsteek. (20-1-20)
Pen 2: kantsteek , brei tot 1 steek voor het midden en maak een dubbele mindering, brei de pen uit en denk om de kantsteek.
Herhaal deze twee pennen tot er 1 steek over is. Dit is de eerste steek van blok 2.

Blok 2 (driehoek aan de linkerkant van het werk):
Neem de steken op aan de linker bovenkant van blok 1. (in dit voorbeeld 20 +1) Doe dit breiend door onder de twee lussen van de kantsteken je naald in te steken.
pen 1: kantsteek, 1 averechts, rest van de steken in gewenst stekenpatroon, kantsteek.
Pen 2: kantsteek, brei de pen uit in gewenst stekenpatroon totdat er nog 3 steken op de linker breipen staan. Brei 2 steken recht samen (= mindering naar rechts) en brei een kantsteek.
Herhaal deze 2 pennen tot de laatste steek. Haal de draad door de laatste steek.

Blok 3: als blok 1.

Blok 4:
Leg blok 3 en blok 1 met de goede kant naar boven, let erop dat de lijnen die door de mindering zijn ontstaan de gewenste kant oplopen. Neem de steken op langs de zijkant van blok 3 en blok 1 (in dit voorbeeld 20- 1- 20 steken). Brei de volgende pennen zoals bij de vorige blokken.

Brei blok 5 op dezelfde manier.

Brei blok 6 als blok 2.

Blok 7 (driehoek aan de rechterkant van het werk):
Zet de helft van de steken van een normaal blok op (in dit voorbeeld 20+1).
pen 1 en alle oneven pennen (verkeerde kant van het werk): kantsteek, brei de rest van de steken in gewenst patroon tot er 2 steken over zijn op de linker breinaald. Dan 1 steek averechts en een kantsteek (dus 2 steken averechts)
pen 2 en alle even pennen: 1 kantsteek, haal 1 steek recht af, brei de volgende steek recht en haal de afgehaalde steek hier overheen (= mindering naar links). Brei de pen op de gewenste manier uit.
Maak de driehoek af tot er nog 1 steek over is. Dit is de eerste steek van blok 8.

Blok 8: neem steken op langs de zijkant van de zo juist gebreide driehoek en langs een zijkant van blok 3. Brei verder zoals bij blok 4

Blok 9 en 10: brei zoals blok 4.

Blok 11: driehoek aan de rechterkant van het werk. Neem de steken op aan de linkerkant van
blok 8. Brei de driehoek verder zoals blok 7

Blok 12: als blok 8

Driehoeken aan de bovenkant en onderkant van het werk:
Neem de steken op zoals hier voor.
Brei zoals een normaal blok, maar zet elke pen de laatste steek op een hulpnaald (aan beide kanten van het werk). Halverwege het blok staan alle steken op de hulpnaald. Wanneer je geen buitenrand om het werk wilt hebben dan kant je deze steken af.
Let op: op de hoek van het werk is een 'halve' driehoek ontstaan. Brei deze als de andere driehoeken en zet hier alleen de steken van de schuine kant van het werk op de hulpnaald.

Buitenrand:
Neem de steken aan de bovenkant van het werk van de hulpnaald over op een rondbreinaald (of op breinaalden met twee punten). Neem langs de linker zijkant evenveel steken op. Neem de steken aan de onderkant van het werk van de hulpnaalden over op de rondbreinaald. Neem aan de rechterkant van het werkstuk de juiste hoeveelheid steken op.
Brei 1 toer in gewenst patroon.
Meerder in de volgende toer op elke punt van het werk 2 x 1 steek ( meerdering, hoeksteek, meerdering). Herhaal deze twee pennen tot gewenste breedte en kant de steken los af.













Ontdek je een fout in het patroon neem dan contact met mij op: mathildejongbloed@hotmail.com


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen